ECLI:NL:RBMNE:2020:5412
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele zaak, stellende dat de rechter zich zodanig had opgesteld tijdens de zitting dat twijfel over zijn onpartijdigheid ontstond. Het verzoek werd ingediend twaalf dagen na de zitting waarop de vermeende gedragingen plaatsvonden.
De wrakingskamer overwoog dat artikel 37 lid 1 Rv Pro voorschrijft dat een wrakingsverzoek direct na het bekend worden van de feiten moet worden ingediend om verdere proceshandelingen niet onnodig te vertragen. Verzoekster was tijdens de zitting al op de hoogte van de feiten waarop het verzoek steunde, waardoor het verzoek te laat werd ingediend.
De uitleg van verzoekster dat zij pas later het onpartijdigheidsgevoel onderkende, werd niet als verschoonbaar beschouwd. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure in de oorspronkelijke stand voortgezet.
De beslissing werd door de wrakingskamer in het openbaar uitgesproken op 1 december 2020 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.