Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres betwist niet dat verweerder het bedrag van € 2.699,20 bruto onverschuldigd aan haar heeft betaald en dat dit bedrag, gelet op artikel 33, eerste lid, van de ZW moet worden teruggevorderd. Het geschil ziet op de vraag of sprake is van dringende redenen op grond waarvan verweerder geheel of gedeeltelijk had moeten afzien van terugvordering.