Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de betrokkene,
- mr. W.B. Janssens, advocaat van de betrokkene,
- mevrouw [B] , gedragsdeskundige,
- mevrouw [C] , begeleidster,
- de vader van de betrokkene.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene in een geregistreerde accommodatie op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Betrokkene verblijft vrijwillig in de instelling, maar verzet zich tegen het innemen van medicatie.
Tijdens de mondelinge behandeling via Skype werden betrokkene, haar advocaat, een gedragsdeskundige, een begeleidster en haar vader gehoord. De gedragsdeskundige stelde dat betrokkene zonder rechterlijke machtiging zal stoppen met medicatie, wat leidt tot psychotische ontregeling en onmogelijkheid tot verblijf. Betrokkene heeft een lichte verstandelijke handicap en schizofrenie, met ernstig nadeel als gevolg van het stoppen met medicatie.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tegen medicatie-inname maakt dat het verblijf feitelijk onvrijwillig is conform artikel 24 lid 4 Wzd Pro, waardoor een rechterlijke machtiging noodzakelijk is. Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk. De machtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot 26 november 2021.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend voor twaalf maanden wegens onvrijwillig verblijf door medicatieverzet.