Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Blaricum verleende op 24 april 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning aan een initiatiefnemer voor de bouw van een strandtent met horeca, geldig tot 30 oktober 2019. De vereniging diende bezwaar in tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vereniging beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde de zaak op 9 december 2020 en oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een actueel en reëel procesbelang. De vergunning was immers verlopen toen het bezwaar en het beroep werden ingediend. Bovendien was inmiddels een vergunning verleend voor een permanent strandpaviljoen op dezelfde locatie, waarvoor de vereniging ook bezwaar had gemaakt dat recent ongegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat een inhoudelijke beoordeling van het beroep geen praktische betekenis meer heeft, omdat het college het oordeel niet kan betrekken bij de besluitvorming over het permanente paviljoen. Daarnaast achtte de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat de initiatiefnemer opnieuw een tijdelijke vergunning zal aanvragen, waardoor er geen toekomstig belang is. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.