ECLI:NL:RBMNE:2020:5341
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en afwijzing verzoek schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2019, stellende dat de waarde te laag was vastgesteld. Verweerder had de waarde bepaald op €280.000,- per peildatum 1 januari 2018. Eiser stelde aanvankelijk een lagere waarde, maar wijzigde dit later naar een hogere waarde van €325.000,-.
De rechtbank oordeelde dat eiser door telefonisch deel te nemen aan de zitting niet in zijn belangen was geschaad, ondanks het ontbreken van een beeldverbinding. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van de op de zitting ingenomen standpunten en stelde vast dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te laag was vastgesteld. Dit werd onderbouwd met een taxatiematrix en een vergelijking met referentiewoningen, waarbij de staat van onderhoud en het voorzieningenniveau van eisers woning als 'voldoende' werden gekwalificeerd.
Het verzoek van eiser om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat geen sprake was van een termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.