Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
( [postcode] ) [woonplaats] , [adres]
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
- 4.200,00 euro en
- 4.020,00 euro en
- 1.940,00 euro,
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2020;
- het proces-verbaal van bevindingen van [D] , pagina 24;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van [E] van 17 september 2020, opgemaakt onder proces-verbaalnummer PL0900-2020190252-21, als losse bijlage in het dossier opgenomen.
[voornaam van verdachte] stuurde de berichten vanaf nummer [telefoonnummer 2] . [9] Hij wist niet waar het geld gebleven is, [voornaam van verdachte] had alles gepind. Vanaf 8 mei had hij hem helemaal niet meer gesproken; [voornaam van verdachte] had hem niks gegeven. [10]
- [verdachte] ingeschreven heeft gestaan op de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 3] ;
- het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is gekoppeld aan [verdachte] en
- dat de moeder van [verdachte] staat ingeschreven op de [straatnaam 3] [nummeraanduiding 1] te [plaatsnaam 2] .
moment werd [voornaam van verdachte] boos en bedreigde hem met een kleine revolver, met ronde patroonhouder en zwart. Hij zag dat er ook een hoop contant geld onder het bed lag.
[15 juni 2020 – aanvulling rechtbank]meerdere keren moest pinnen van de verdachte. Hij had eerst drie maal € 300,00 en eenmaal € 100,00 gepind. Vervolgens was hij samen met de verdachte naar buiten is gegaan. Daar had verdachte te telefoon van aangever afgepakt. Doordat de telefoon en de betaalapp open stonden kon de verdachte bij de instellingen en had verdachte de limiet verhoogd. Hierop moest de aangever weer naar de geldmaat om het resterende bedrag op te nemen. [25]
[verdachte] : Staat het erop mama.
[L] : ja staat er op.
[verdachte] : Mama welke bank heb je. Sns of Rabobank.
[L] : Rabobank.
[verdachte] : Staat nog niks op.
[L] : Jawel
[verdachte] : K zie niks.
[L] : Staat erop hoor. [32]
op 18 juni 2020 te Utrecht een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 in de zin van artikel 1 onder Pro 3 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver van het merk Fie Mam Super 777 en munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie Pro III in de zin van artikel 1 onder Pro 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 5 scherpe patronen (kaliber .22 LR), voorhanden heeft gehad;
op tijdstippen in de periode van 6 mei 2019 tot en met 15 juni 2020 in Nederland telkens van een voorwerp, te weten geldbedragen, namelijk (ongeveer)
- 4.200 euro en
- 4.020 euro en
- 1.800 euro,
zijnde in totaal (ongeveer) 10.020 euro, heeft verhuld wie de rechthebbende op het voorwerp is en telkens dit voorwerp voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
11.BESLISSING
Oplegging straf
gevangenisstrafvan
9 maanden;
hij, op of omstreeks 18 juni 2020, te Utrecht, althans in Nederland, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 in de zin van artikel 1 onder Pro 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een revolver van het merk Fie Mam Super 777 en/of munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie Pro III in de zin van artikel 1 onder Pro 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 5 scherpe patronen (kaliber .22 LR) voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 mei 2019 tot en met 18 juni 2020, te Utrecht en/of Assen en/of Schijndel, althans in de gemeente Meijerijstad en/of Zoetermeer en/of [..] , althans in de gemeente [naam gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), namelijk (ongeveer)
- 2000 euro en/of 1422,99 euro en/of 577,01 euro en/of
- 4200 euro en/of
- 4020 euro en/of
- 1940 euro,
zijnde in totaal (ongeveer) 14.160 euro, in elk geval van een of meer geldbedrag(en), (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) geldbedrag(en), was en/of heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij en/of zijn mededader wist(en), althans rederlijkwijs had(den) moet(en) vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk — onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/ waren uit enig (eigen) misdrijf;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )