ECLI:NL:RBMNE:2020:5191
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardering niet-woning afgewezen wegens aannemelijke waardebepaling
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een niet-woning, een agrarisch object met woonboerderij en bijgebouwen, gelegen op een groot perceel grond. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, had de waarde vastgesteld op €349.000 na bezwaar, waar eiser een lagere waarde van €287.000 vorderde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn bewijslast heeft voldaan door middel van een taxatierapport waarin de waarde is berekend via de gecorrigeerde vervangingswaarde, conform de Wet WOZ en gebruikmakend van de VNG Agrarische taxatiewijzers 2019. De taxateur heeft toegelicht dat correcties zijn toegepast voor technische en functionele veroudering.
Eiser voerde aan dat vergelijkbare objecten lager zijn gewaardeerd en dat de waarderingsmethode niet consistent wordt toegepast. De rechtbank stelt vast dat de gemeente terecht niet de vergelijkingsmethode hanteert, maar de vervangingswaarde, passend bij de agrarische bestemming. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de vergelijkbare objecten gelijkwaardig zijn.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 30 november 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en de waarde van €349.000 bevestigd.