ECLI:NL:RBMNE:2020:5134
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzoek tot verschoning van rechters wegens lidmaatschap ideologische vereniging
In de bestuursrechtelijke zaak met kenmerk 19/3128 hebben drie rechters een verzoek tot verschoning ingediend op grond van hun lidmaatschap van een ideologische vereniging. Hoewel zij zichzelf onpartijdig achten, vrezen zij dat de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan vanwege hun langdurige lidmaatschap, financiële bijdragen en betrokkenheid bij de vereniging.
Het geschil betreft een beslissing van de Kamer voor de Binnenvisserij over de verlening van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht, waarbij belangenafweging centraal staat. De rechters benadrukken dat het ideologische karakter van de vereniging kan leiden tot een vermoeden dat zij de doelstellingen onderschrijven, wat de schijn van partijdigheid kan versterken.
De verschoningskamer oordeelt dat de schijn van partijdigheid een objectief gerechtvaardigde vrees is en dat het belang van vertrouwen in de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid voorop staat. Daarom wordt het verzoek tot verschoning gegrond verklaard en worden de betrokken partijen en rechtbank geïnformeerd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechters wegens lidmaatschap van een ideologische vereniging wordt gegrond verklaard.