Eiseres, arbeidsongeschikt sinds 2012, kreeg een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na een herbeoordeling in 2017 stelde verweerder het percentage op 66,94%, later bij bezwaar op 56,01%. Eiseres voerde aan dat haar aandoeningen CVS en fibromyalgie haar beperkingen groter maken dan verweerder aannam, onderbouwd met een rapport van een verzekeringsarts.
Verweerder paste daarop de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aan, maar dit leidde niet tot een andere mate van arbeidsongeschiktheid omdat binnen de betreffende SBC-codes een geschikte alternatieve functie werd gevonden. Eiseres betwistte de arbeidskundige onderbouwing van de vervangende schoonmaakfunctie, stellende dat schoonmaakfuncties doorgaans de hele dag staan en lopen vereisen.
De rechtbank oordeelde dat de aangepaste FML de medische bezwaren weerspiegelt en dat de arbeidskundige gegevens van verweerder in beginsel juist zijn. De stelling van eiseres dat de schoonmaakfunctie te belastend is, faalde omdat de functie slechts 4 uur per dag belast met afwisselend staan en lopen. Het beroep werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.