Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
:mr. E.A.M. Brouwers).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring voor woningtoewijzing op medische gronden, welke door het college van burgemeester en wethouders van Almere is afgewezen. Verzoeker stelt dringend behoefte te hebben aan zelfstandige woonruimte vanwege een neurologische aandoening en het ontbreken van een vaste verblijfplaats. Hij voert aan dat de medische omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen en verzoekt om een GGD-onderzoek.
De voorzieningenrechter overweegt dat ondanks het spoedeisend belang, verzoeker niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de strenge voorwaarden van de Huisvestingsverordening Almere, waaronder het uitputten van alle mogelijke oplossingen. Verzoeker heeft weliswaar gereageerd op meerdere woningen, maar dit is onvoldoende om te concluderen dat hij alles heeft gedaan om het woonprobleem op te lossen. Ook de medische stukken zijn niet recent genoeg om urgentie te rechtvaardigen.
De hardheidsclausule wordt terughoudend toegepast en de omstandigheden van verzoeker rechtvaardigen geen afwijking van de verordening. De voorzieningenrechter concludeert dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen.