Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2020 in de zaak tussen
Dudok Wonen, te [plaats] , gemachtigde: H. Sevim.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers huurden een woning waar bij een politieonderzoek aanzienlijke hoeveelheden harddrugs werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en de verstoring van de openbare orde.
Eisers voerden aan dat zij niet op de hoogte waren van de drugs, dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat hun persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat eisers redelijkerwijs op de hoogte hadden kunnen zijn van de drugs, mede vanwege de omvang van de aangetroffen hoeveelheid en de beveiliging van het pand.
De rechtbank stelde vast dat persoonlijke verwijtbaarheid in bestuursrechtelijke woningsluitingen geen rol speelt en dat het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eisers. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het besluit evenredig en zorgvuldig was genomen, met voldoende motivering en in overeenstemming met het Damoclesbeleid en de Awb.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wegens handel in harddrugs wordt ongegrond verklaard.