ECLI:NL:RBMNE:2020:4852
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning met inpandige garage en gedateerde voorzieningen
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning, vastgesteld op €851.000 voor het belastingjaar 2019, met als waardepeildatum 1 januari 2018. Zij voerde aan dat de waarde te hoog was vanwege gedateerde voorzieningen zoals een oude badkamer, keuken en sanitair, een inpandige garage die niet correct gewaardeerd zou zijn, en een niet-opgeloste lekkage in de garage.
Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen. Hierbij werd rekening gehouden met de matige staat van onderhoud en gedateerde voorzieningen door aftrekposten toe te passen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De inpandige garage werd terecht meegenomen in de totale inhoud tegen dezelfde kubieke meterprijs als de woning, aangezien deze gelijktijdig met de woning is gebouwd en gemakkelijk bij de woning te betrekken is. De door eiseres aangevoerde gebreken en waardeverminderingen waren reeds verwerkt in de taxatiematrix.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres had tijdens de zitting bovendien haar bezwaar tegen het ontbreken van referentieobjecten ingetrokken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €851.000 wordt ongegrond verklaard.