ECLI:NL:RBMNE:2020:4793
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziektewetuitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid niet onterecht
Eiseres werd arbeidsongeschikt vanuit de Werkloosheidswet en ontving een ziektewetuitkering vanaf april 2018. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in december 2018 besloot de uitvoerder de uitkering per maart 2019 te beëindigen, omdat eiseres meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij niet in staat was te werken.
De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten waarop de beslissing was gebaseerd. De verzekeringsarts had het dossier bestudeerd, eiseres persoonlijk gesproken en aanvullende informatie opgevraagd bij haar huisarts. De arts legde uit waarom geen nader lichamelijk onderzoek nodig was en concludeerde dat de beperkingen van eiseres adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Eiseres voerde aan dat haar klachten onvoldoende waren erkend en dat de geduide functies haar belastbaarheid overschreden. De rechtbank volgde dit niet, omdat de arbeidsdeskundige de functies als passend beoordeelde binnen de beperkingen. Eiseres had onvoldoende medische onderbouwing om het oordeel van de verzekeringsarts te weerleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.