ECLI:NL:RBMNE:2020:4791
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering 43,14%
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd en is door verweerder arbeidsongeschikt verklaard voor 43,14% met ingang van 22 februari 2019. Eiser betwist deze beoordeling en stelt dat zijn beperkingen groter zijn, onder meer vanwege chronische rugklachten en psychische problemen. Hij voert aan dat in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aanvullende beperkingen, met name op item 5.9 (afwisseling van houding), hadden moeten worden opgenomen.
De rechtbank overweegt dat de medische rapporten van de verzekeringsartsen zorgvuldig en consistent zijn opgesteld en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om het oordeel te betwisten. De klachten die na de peildatum zijn ontstaan, kunnen niet in deze procedure worden meegenomen. Ook de verklaring van de psycholoog leidt niet tot twijfel aan het medisch oordeel.
Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling oordeelt de rechtbank dat de geduide functies passend zijn bij de beperkingen van eiser. De stelling dat eiser onvoldoende van houding kan wisselen in deze functies wordt verworpen, evenals het bezwaar dat eiser de functie telefonist/callcenter medewerker niet kan vervullen vanwege taalbeheersing. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de vaststelling van 43,14% arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van 43,14% arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.