Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(hierna: [bedrijf] ). [2] Vandaag had ik een witte Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] meegekregen. De werkwijze is dat ik 10 minuten van te voren bel dat ik er binnen 10 minuten ben. Ik belde naar het opgegeven nummer van [adres] . Op het pakket stond de naam [B] . [3] Achterin mijn auto stonden alle pakketjes die ik nog moest bezorgen. Ik had een koffer bij mij. In de koffer zat een scanapparaat, een pinautomaat, een mini PC en een tablet.
[telefoonnummer]is. Hij vertelde dat de naam van de besteller [B] , geboren op [1978] is. Bij de bestelling is rekeningnummer [rekeningnummer] opgegeven. Op mijn vraag vertelde [C] dat de bestelling op 25 januari 2015 (
de rechtbank leest: 2016) te 16:15 uur is binnengekomen.’ [11]
7 september 2015 in gebruik bij Smartphonecity, [adres] te [woonplaats] .’ [14]
A: Dat is [verdachte] . Ik ben die andere man. Deze telefoongesprekken gaan over mijn bankpas die [verdachte] had. Ik had de bankpasjes toen weer als onderpand meegegeven. Ik had drugs gekocht bij [verdachte] , cocaïne. Omdat ik niet kon betalen heeft [verdachte] mijn bankpas genomen.’ [25]
,en telefoonnummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer [telefoonnummer] straalt dan de zendmastpaal [adres] te [woonplaats] aan. De afstand tussen de zendmastpaal [adres] en Phonehousecity is minder dan 500 meter. Uit vorenstaande maakt de rechtbank op dat verdachte een half uur voordat de betreffende bestelling is geplaatst contact heeft gehad met een telefoonnummer dat vlakbij de locatie was waar vanuit de betreffende bestelling is geplaatst.
)op verschillende dagen en tijdstippen rondom de overval contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Zo ook op 30 januari 2016 rond het tijdstip van de overval, namelijk op de tijdstippen 08:50 uur, 10:01 uur en 10:19 uur. Om 09:56 uur wordt er een sms-bericht verstuurd tussen beide telefoonnummers, terwijl het telefoonnummer [telefoonnummer] tijdens die contacten aanstraalt op de zendmastpaal [straat] te Almere, de zendmastpaal nabij de [adres] te [woonplaats] .
Beller: [telefoonnummer] Datum: 24-05-2016 Gebelde: [telefoonnummer]
A: Dat is [verdachte] . Ik ben die andere man. Deze telefoongesprekken gaan over mijn bankpas die [verdachte] had. Ik had de bankpasjes toen weer als onderpand meegegeven. Ik had drugs gekocht bij [verdachte] , cocaïne. Omdat ik niet kon betalen heeft [verdachte] mijn bankpas genomen.’ [39]
[telefoonnummer]en
[telefoonnummer], gevoerd worden waaruit blijkt dat [verdachte] meerdere malen korte afspraken/ontmoetingen regelt met zijn belcontacten. Zo worden er afspraken gemaakt op de openbare weg zoals onder andere bij een bushalte, Sporthal of in straten in Almere Haven. In deze gesprekken wordt veelal gevraagd naar hoeveelheden of vermoedelijk geld. Ambtshalve is bekend dat het hier gaat om dealers handelingen. In de gesprekken wordt [verdachte] ook wel [bijnaam] of [bijnaam] genoemd. [41]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 oktober 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 20 december, genummerd 201612201419, opgemaakt door politie Midden-Nederland districtsrecherche Flevoland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] , pagina 5198 van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, met onderzoeksnummer 2016032069, opgemaakt door Politie Midden-Nederland, districtsrecherche Flevoland, Roofteam, doorgenummerd 1 tot en met 11023;
- een schriftelijk bescheid, te weten een rapport
5.BEWEZENVERKLARING
geheel toebehorende aan [bedrijf] B.V. en
geheel toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat mededaders
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
ander geweld, niet zijnde licht geweld of bedreiging met geweld, gaat uit van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.
9.BENADEELDE PARTIJ
4 februari 2016.
€ 5.290,08. De rechtbank zal dit bedrag dan ook toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018.
€ 18.234,05 (zegge: achttien duizend twee honderd vierendertig euro en vijf eurocent) waarvan
- € 344,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2016;
- € 95,47 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2016;
- € 4,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016;
- € 5.290,08 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2018;
- € 12.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2016;
10.BEVEL GEVANGENNEMING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 47, 57, 63, 312 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2 en 10 van de Opiumwet
12.BESLISSING
Strafbaarheid
gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;
€ 18.234,05 (zegge: achttien duizend twee honderd vierendertig euro en vijf eurocent) bestaande uit een vergoeding van € 5.734,05 aan materiële schade een vergoeding van € 12.500,00 aan immateriële schade;
€2.880,00;
€ 18.234,05 aan de benadeelde partij [slachtoffer] , waarvan
.