ECLI:NL:RBMNE:2020:47
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperking bevestigd
Eiseres ontving een Ziektewetuitkering die per 28 december 2018 werd beëindigd nadat een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hadden vastgesteld dat zij met haar beperkingen nog 95,60% van haar oude inkomen kon verdienen. Eiseres betwistte deze beoordeling en voerde aan dat haar psychische en lichamelijke klachten, onder andere als gevolg van een verkeersongeluk, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen wel degelijk rekening hadden gehouden met alle klachten en beperkingen, zoals vermoeidheid, astma en psychosociale factoren, en dat deze waren vertaald in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). De arbeidsdeskundige had drie passende functies geselecteerd die eiseres ondanks haar beperkingen zou kunnen uitvoeren.
Eiseres leverde geen nieuwe medische informatie aan die de eerdere beoordeling kon weerleggen. De rechtbank volgde de motivering van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige en concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor voortzetting van de Ziektewetuitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 28 december 2018.