Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Voor de volgende jaren in de periode van vijf jaar wordt het bedrag geïndexeerd op basis van dezelfde systematiek als de indexatie van de Rijksmediabijdrage zoals is opgenomen in artikel 2.144, tweede lid, van deze wet.’ Volgens verweerder volgt hieruit dat, net als in artikel 2.144, tweede lid, van de Mediawet, alleen de rijksmediabijdrage jaarlijks geïndexeerd moet worden. De rechtbank volgt deze uitleg niet. De grondslag waarop geïndexeerd moet worden is immers niet hetzelfde als de wijze waarop dat moet gebeuren. De grondslag die geïndexeerd moet worden staat in artikel 2.148a, eerste lid, van de Mediawet en de wijze waarop die grondslag moet worden geïndexeerd is die van de systematiek van indexatie van de rijksmediabijdrage. Dat is op grond van artikel 2.144, tweede lid, van de Mediawet een indexatie met twee geraamde indexcijfers, namelijk de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het desbetreffende jaar geraamde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland en de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex. Deze systematiek is dan ook, overeenkomstig de bedoeling van het amendement, in het tweede lid van artikel 2.148a van de Mediawet opgenomen. De toelichting op het amendement biedt daarom geen steun voor verweerders uitleg dat met het amendement is beoogd om alleen de rijksmediabijdrage te indexeren.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;