ECLI:NL:RBMNE:2020:4437
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €1.129.000,- op basis van de waardepeildatum 1 januari 2018. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €995.000,- voor.
De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met zeven vergelijkbare woningen, waarvan de verkoopprijzen en kenmerken zijn geanalyseerd. Eiser heeft onder meer de inhoud van de woning, de vergelijkbaarheid van referentiewoningen, de ligging en de staat van onderhoud betwist.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de inhoud van de woning nauwkeurig heeft vastgesteld en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een lagere inhoud. De verkoop van een referentiewoning is niet onder dwang geschied en is daarom bruikbaar in de vergelijking. De vermeende slechtere ligging van de woning en de luxe van referentiewoningen leiden niet tot een waardedrukkend effect dat de vastgestelde waarde zou moeten verlagen.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde van €1.129.000,- aannemelijk is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.129.000,- wordt ongegrond verklaard.