Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Verzoekers zijn het met verweerder eens dat voor de maatregel geen verkeersbesluit nodig was vanwege de zojuist aangehaalde bepalingen. Zij hebben echter aangevoerd dat de maatregel wel een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Als dit niet het geval zou zijn, dan zou de rechtsbescherming van de burger ernstig in het gedrang komen, aangezien de maatregel wel rechtsgevolgen heeft en er gehandhaafd wordt op naleving van de maatregel. Ter onderbouwing van hun standpunt hebben verzoekers gewezen op een publicatie in de Staatscourant van een andere tijdelijke verkeersmaatregel op grond van artikel 34 van Pro het BABW genomen door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend, dat blijkens de bezwaarclausule wel voor bezwaar vatbaar is en dus een besluit in de zin van de Awb moet zijn. [1] Ook hebben zij gewezen op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) ten aanzien van de plaatsing van een bushaltebord in Almere [2] en een uitspraak van de President van de rechtbank Alkmaar ten aanzien van de aanwijzing van een parkeerplaats voor vergunninghouders. [3] In deze beide gevallen werd door de rechtsprekende instantie geoordeeld dat wel sprake was van een besluit in de zin van de Awb, omdat de maatregelen waren gericht op rechtsgevolg.
Ten aanzien van de twee uitspraken van de ABRvS en de President van de rechtbank Alkmaar waarop verzoekers zich ter zitting hebben beroepen overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In de gepubliceerde uitspraak van de ABRvS gaat het om een verandering van een verkeerssituatie die niet tijdelijk van aard is, namelijk het plaatsen van een bord bij een bushalte. Dit lijkt ook het geval te zijn in de niet gepubliceerde uitspraak van de President van de rechtbank Alkmaar, waarbij het om de aanwijzing van een parkeerplaats voor vergunninghouders gaat. Dit maakt dat een andere, niet met deze zaak vergelijkbare situatie aan de orde is. In deze zaak gaat het immers om een tijdelijke maatregel die door spoed is ingegeven. Bovendien ging het in de uitspraak van de ABRvS om de plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden in de zin van artikel 15, eerste lid, van de WVW, terwijl het in deze zaak gaat om een tijdelijke maatregel die leidt tot beperking van het aantal categorieën weggebruikers, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de WVW. Dit maakt ook dat er geen sprake is van een vergelijkbaar geval. Wat betreft de publicatie van een tijdelijke maatregel in de Staatscourant door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend, overweegt de voorzieningenrechter dat de keuze van dit college om kennelijk in dat specifieke geval een besluit in de zin van de Awb te nemen, niet leidt tot een verplichting voor verweerder om hetzelfde te doen.