Verzoekster, een zelfstandige kraamverzorgster met preferente en concurrente schuldeisers, diende een verzoek in tot wettelijke schuldsanering en toewijzing van een dwangakkoord. De Belastingdienst, als weigerende schuldeiser met een vordering van bijna 90% van de totale schulden, verwierp het akkoord omdat verzoekster als ondernemer wordt beschouwd en volgens beleid niet in aanmerking komt voor een minnelijke regeling.
De rechtbank stelde vast dat het akkoord voorziet in volledige betaling van alle schulden binnen drie jaar, met een maandelijkse aflossing die hoger is dan de huidige betalingsregeling. Het voorstel was deskundig getoetst en goed gedocumenteerd. De rechtbank oordeelde dat het beleid van de Belastingdienst om ondernemers uit te sluiten aan herziening toe is, gezien de veranderde arbeidsmarkt waarin veel zelfstandigen werkzaamheden verrichten die vroeger in vaste dienst werden gedaan.
De rechtbank beveelt de Belastingdienst daarom om in te stemmen met het akkoord en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af, omdat niet is gebleken van gemaakte eigen kosten voor rechtsbijstand. Het vonnis werd uitgesproken op 9 oktober 2020 door mr. Penders en mr. Verschoof.