ECLI:NL:RBMNE:2020:4167

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
1 oktober 2020
Zaaknummer
UTR 19/3156
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ontbreken derde rechtsbijstandverlener

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten nadat verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaarde en de boete verlaagde. Verzoekster trok daarop het beroep in en vroeg vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank overweegt dat alleen kosten gemaakt door een derde verleende rechtsbijstandverlener vergoed kunnen worden. Omdat de gemachtigde werkzaam is bij verzoekster zelf, is er geen sprake van een derde partij en kunnen de kosten niet worden vergoed.

Derhalve wijst de rechtbank het verzoek af, met uitzondering van het griffierecht dat verweerder aan verzoekster moet betalen volgens de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 25 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de gemachtigde geen derde rechtsbijstandverlener is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3156

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. S. de Kruijff ),
en

de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft in het besluit van 24 juli 2020 gereageerd op een verzoek om proceskosten.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 5 juli 2019 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Bij besluit van 24 juli 2020 heeft verweerder het bezwaar alsnog gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete verlaagd naar € 36.000,-. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een derde verleende rechtsbijstandsverlener kunnen worden vergoed. Omdat de gemachtigde werkzaam is bij verzoekster, is hiervan geen sprake en zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden. Reeds om die reden wijst de rechtbank het verzoek af.
4. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af
.
Deze uitspraak is op 25 september 2020 gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier
.Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De griffier is verhinderd om
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.