ECLI:NL:RBMNE:2020:4144
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling maandbedrag aflossing studieschuld op basis van draagkracht
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin het maandbedrag voor 2020 voor de aflossing van zijn studieschuld werd vastgesteld op €408,72. Eiser verzocht om verlaging van dit bedrag naar €150,- en wilde dat zijn partner niet werd meegenomen in de draagkrachtberekening vanwege zijn hoge vaste lasten en schulden.
De Minister handhaafde het maandbedrag en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het maandbedrag op juiste wijze was vastgesteld conform de dwingende bepalingen van de Wet studiefinanciering 2000. De berekening is gebaseerd op de hoogte van de lening, de aflossingsperiode en de rente, zonder rekening te houden met het individuele uitgavenpatroon of het besteedbaar inkomen van eiser.
De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat hij niet was gewaarschuwd bij het lenen en dat hij het maandbedrag niet kon voldoen. Het risico van onvoldoende bewustzijn bij het aangaan van de lening ligt bij eiser zelf. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde maandbedrag van €408,72 voor aflossing van de studieschuld wordt ongegrond verklaard.