Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
momenteel gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
16/161103-20,
16/034007-20en
16/097521-20ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1 tot en met 8, de feiten 9 en 10 en de feiten 11 en 12.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Voor de feiten 1 tot en met 8 geldt dat verdachte bij ieder feit wordt herkend door dezelfde twee verbalisanten. Dit maakt dat de herkenningen onbetrouwbaar zijn. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de feiten 1 tot en met 8 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
- Voor feit 6 in het bijzonder geldt dat, hoewel verdachte een paar uur na de diefstal op de fiets wordt gezien, niet kan worden bewezen dat verdachte die fiets daadwerkelijk heeft weggenomen.
- Voor feit 11 geldt dat uit het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het uitluisteren van de geluidsfragmenten niet blijkt wanneer deze gesprekken hebben plaatsgevonden en van wie de stem is die te horen is op de geluidsfragmenten. Dit maakt dat er naast aangifte geen steunbewijs is in het procesdossier.
- Voor feit 12 geldt dat verdachte geen wetenschap van het terreinverbod heeft gehad. Het terreinverbod is uitgereikt op een adres waarop verdachte ten tijde van de uitreiking niet meer woonachtig was. De handtekening voor ontvangst die te zien is op de aangetekende brief is niet de handtekening van verdachte. Verdachte is een aantal keren op het terrein van het Leger des Heils geweest. Er is toen niet met hem gesproken over een terreinverbod. Verdachte hoort voor het eerst op 27 februari 2020 om 13:15 uur dat hij een terreinverbod heeft. De beelden zijn van voor dat moment, namelijk van 27 februari 2020 om 12:59 uur. Hij was derhalve niet op de hoogte van het terreinverbod.
(de rechtbank begrijpt 2020)is vanuit een container op ons terrein te Muiden mijn e-bike gestolen. [21] Ik zag op de beelden omstreeks 17.30 dat de man wegfietst met mijn e-bike. Ik kan de persoon omschrijven, als een oudere, niet verzorgde man, grijs haar en hij loopt een beetje mank. Op maandag 18 mei zag mijn vriendin dat de container weer open stond. Vervolgens zijn we camerabeelden beelden gaan terugkijken. We zagen dat om 05.50 uur dat dezelfde man onze boot was opgeklommen en daar 4 minuten had rondgekeken. Direct daarop zagen wij dat hij de schoenen van mijn vriendin in zijn handen had en op een andere zwarte fiets weg fietste. Deze schoenen zijn van het merk Louis Viton, geheel wit. [22] Merk/type: M1-Sporttechnik Spitzing. [23]
(de rechtbank begrijpt 2020)omstreeks 12:00 uur had mijn dochter gezien dat haar fiets werd gestolen. Mijn dochter keek vanuit onze woning, uit het raam en dacht haar fiets te zien weg rijden met een man vanaf de achterzijde, beige jas en grijzig haar en groene boodschappentas. [30]
de rechtbank begrijpt: [A] , partner van [benadeelde 5] )en ik hoorde
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 september 2020;
- een proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 9] namens Politie Gooi & Vechtstreek d.d. 7 februari 2020.
Dit betreft een telefonisch gesprek van 12 seconden, tussen aangeefster [aangeefster 3] en [verdachte] .
- [verdachte] : "Ik kom in deze dagen mijn kind ophalen met een kogelvrij vest en een kanker Kalasjnikov".
Fragment AUD-20181218-WAOOOO [51] Dit betreft een telefonisch gesprek van 16 seconden, tussen aangeefster [aangeefster 3] en [verdachte] .
- [verdachte] : " [B] is weg en lukt het niet zo, dal ik je bij deze vertellen, ja, kom ik hem met een Kalasjnikov ophalen bij je. [52]
5.BEWEZENVERKLARING
feit 8op 10 mei 2020 te Naarden, gemeente Gooise Meren een fiets (merk: Rexton, kleur zwart), die toebehoorde aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 10
- 'ik kom deze dagen mijn kind ophalen met een kogelvrij vest en een Kalasjnikov’, en
- ' [B] is weg en lukt het niet zo, dan zal ik je bij deze vertellen, ja, kom ik hem met een Kalasjnikov ophalen bij je’;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
feit 11bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
(deze staat als niet geëxecuteerd geregistreerd, maar de tul van de voorwaardelijke straf is al toegewezen en dat maakt dat de executie nog niet geëindigd zou zijn. )
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder 1 tot en met 12 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het onder 1 tot en met 12 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het onder 1 tot en met 12 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 jaren;
- verklaart Vivium Zorggroep niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- wijst de vordering van [benadeelde 6] toe tot een bedrag van € 104,--, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 6] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 6] aan de Staat € 104,-- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 2 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] toe tot een bedrag van € 435,--, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat € 435,-- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 1.265,38, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 1.265,38 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 24 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 350,--, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 350,-- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 7 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.