ECLI:NL:RBMNE:2020:4103
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving en invordering dwangsom dam met duiker en beschoeiing
De rechtbank Midden-Nederland behandelde twee samenhangende bestuursrechtelijke beroepen over handhaving en invordering met betrekking tot een dam met duiker en beschoeiing aan de Mijndensedijk. Eisers hadden een dam met duiker en beschoeiing aangelegd zonder omgevingsvergunning, waarop het college handhavend optrad met een last onder dwangsom en een invorderingsbeschikking. A, eigenaar van een aangrenzend perceel, ervoer overlast en stelde dat ook de dam met duiker zonder beschoeiing een overtreding vormde.
De rechtbank oordeelde dat de dam met duiker en beschoeiing samen een vergunningplichtig bouwwerk vormen, waarvoor geen vergunning was verleend. Eisers werden daarom als overtreder aangemerkt en het college mocht handhavend optreden. De invordering van de dwangsom was terecht, omdat de beschoeiing niet tijdig was verwijderd en geen bijzondere omstandigheden waren die invordering konden verhinderen.
Ten aanzien van de dam met duiker zonder beschoeiing stelde de rechtbank vast dat deze geen constructie vormt die als bouwwerk kan worden aangemerkt. Hierdoor was geen vergunning vereist en was het college terecht niet handhavend opgetreden tegen de dam zonder beschoeiing. Beide beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de handhavingsbesluiten en invorderingsbeschikking worden ongegrond verklaard; het college mocht handhavend optreden tegen de dam met duiker en beschoeiing, maar niet tegen de dam zonder beschoeiing.