ECLI:NL:RBMNE:2020:3993
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bestuurlijke boete wegens onttrekken woonruimte aan woningvoorraad
Eiser werd door verweerder een bestuurlijke boete van €7.500 opgelegd wegens het onttrekken van woonruimte aan de zelfstandige woningvoorraad door het exploiteren van een seksinrichting in zijn woning. De boete werd opgelegd na een controle op 14 mei 2019, waarbij inspecteurs met een machtiging tot binnentreding de situatie constateerden.
Eiser voerde aan dat de machtiging tot binnentreding onrechtmatig was en dat hij niet wist van de illegale situatie in zijn woning, mede omdat de seksinrichting tijdens zijn afwezigheid zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de machtiging rechtmatig was, gezien het serieuze vermoeden van illegale activiteiten en het ontbreken van minder ingrijpende middelen.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser als huurder zich tot op zekere hoogte moet informeren over het gebruik van zijn woning door derden. De aanwijzingen uit het onderzoek, waaronder observaties en advertenties, maakten aannemelijk dat eiser op de hoogte had kunnen zijn van de situatie. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de boete.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens onttrekken van woonruimte aan de woningvoorraad wordt ongegrond verklaard.