ECLI:NL:RBMNE:2020:3968
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als kassière, meldde zich ziek op 22 augustus 2017 en vroeg per 20 augustus 2019 een WIA-uitkering aan. Verweerder stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 0%, waarna de WIA-uitkering werd geweigerd. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen, met name de noodzaak om tijdens werk regelmatig te kunnen vertreden, onvoldoende waren meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts de beperkingen zorgvuldig en begrijpelijk had vastgesteld en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) al rekening hield met de noodzaak tot vertreden en afwisselend zitten en staan. Ook de door eiseres genoemde functies wikkelaar en machinaal metaalbewerker overschreden de beperkingen uit de FML niet, zodat er geen aanvullende arbeidsdeskundige beoordeling nodig was.
Gezien het arbeidskundig onderzoek dat een arbeidsongeschiktheidspercentage van 0% vaststelde, concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van 0%.