Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats] , eiser
Belastingdienst/Toeslagen , verweerder
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende bezwaar in tegen een mededeling van de Belastingdienst over de definitieve berekening van zijn huurtoeslag over 2015. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet was gericht tegen een besluit, maar tegen een mededeling zonder rechtsgevolg.
De rechtbank bevestigde dat de brief van 3 juni 2019 een mededeling was en geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser stelde dat hij in de bezwaarfase had moeten worden gehoord, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet nodig was omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden, maar er zijn geen proceskosten toe te wijzen aan eiser omdat zijn gemachtigde geen professionele rechtsbijstandverlener was.
De uitspraak werd op 18 september 2020 door rechter Praamstra gewezen en is openbaar. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was.