ECLI:NL:RBMNE:2020:3916
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herziening bijstandsuitkering na schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstand waarvan de uitkering per 26 juni 2019 werd ingetrokken door verweerder vanwege schending van de inlichtingenplicht. Eiseres kwam op 26 maart 2019 bij eiser wonen, zonder dit te melden, terwijl dit invloed had op de hoogte van de bijstand. Verweerder had meerdere keren om aanvullende informatie gevraagd, maar eisers voldeden hier niet aan.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, derde lid, van de Participatiewet terecht is, omdat de financiële situatie niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van informatie. Daarnaast werd de bijstand over de periode januari tot en met maart 2019 herzien en teruggevorderd, waarbij verweerder stortingen als inkomsten kwalificeerde in plaats van leningen, omdat er geen bewijs was van een concrete terugbetalingsverplichting.
Eisers voerden aan dat opschorting voorafgaand aan intrekking had moeten plaatsvinden en dat de stortingen leningen waren, maar deze verweren werden door de rechtbank verworpen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en herziening van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.