ECLI:NL:RBMNE:2020:3839
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €338.000 voor het belastingjaar 2019. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €238.000.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen van hetzelfde type, rekening houdend met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en bouwkundige staat, waaronder scheurvorming. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Eiser voerde aan dat de waardestijging van meer dan 40% ten opzichte van het voorgaande jaar buitenproportioneel was, maar de rechtbank stelde dat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw moet worden bepaald op basis van actuele verkoopcijfers en dat een vergelijking met voorgaande jaren niet relevant is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter K. de Meulder op 5 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €338.000 wordt ongegrond verklaard.