ECLI:NL:RBMNE:2020:3834
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering zorg- en huurtoeslag 2018
Eiser ontving in 2018 voorschotten zorg- en huurtoeslag gebaseerd op een te laag geschat inkomen. Na definitieve vaststelling van een hoger inkomen in de Basisregistratie Inkomen (BRI) stelde verweerder de toeslagen definitief vast op nul en vorderde de teveel betaalde voorschotten terug.
Eiser verzocht om kwijtschelding van de terugvordering, stellende dat verweerder nalatig was door pas laat vast te stellen dat hij geen recht had op toeslagen en dat hij financieel moeilijk had. Verweerder handhaafde de terugvordering op grond van het Verzamelbesluit toeslagen, dat terugvordering toestaat indien het verschil tussen geschat en vastgesteld inkomen de oorzaak is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen matiging toepaste, omdat eiser zelf een te laag inkomen had opgegeven en geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. Ook de telefonische verzoeken van eiser om geen voorschotten te betalen werden niet als bijzondere omstandigheden erkend. De rechtbank wees erop dat eiser een betalingsregeling kan aanvragen om financiële problemen te voorkomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van zorg- en huurtoeslag 2018 wordt ongegrond verklaard.