ECLI:NL:RBMNE:2020:3666

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
19/5031
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken procesbelang bij bezwaar parkeerplaatsen omgevingsvergunning

Eiseres diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een distributiecentrum met 157 parkeerplaatsen. Na aanwijzing door verweerder dat het aantal parkeerplaatsen niet voldeed aan de parkeernorm, paste eiseres de aanvraag aan naar 117 parkeerplaatsen. Verweerder verleende vervolgens de vergunning op basis van deze aangepaste aanvraag.

Eiseres diende een bezwaarschrift in tegen het aantal vergunde parkeerplaatsen, stellende dat het volledige aantal aangevraagde parkeerplaatsen had moeten worden toegestaan. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de vergunning was verleend op grond van de aangepaste aanvraag.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat de vergunning is verleend overeenkomstig de ingediende aanvraag, ontbreekt het procesbelang bij het bezwaar tegen het aantal parkeerplaatsen. Het beroep tegen deze beslissing is daarom kennelijk ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vergunningverlening is ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5031

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. J.J.H. Hulshof),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van verweerder van
14 oktober 2019.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2.1.
Eiseres heeft op 4 januari 2019 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een distributiecentrum op het adres [adres] . Bij de aanvraag was sprake van 157 parkeerplaatsen. Nadat verweerder heeft aangegeven dat het aantal parkeerplaatsen niet aan de Parkeernorm voldeed, heeft eiseres haar aanvraag aangepast waarbij het aantal parkeerplaatsen is bijgesteld naar 117.
2.2.
Op 28 mei 2019 heeft verweerder de vergunning verleend.
2.3.
Bij brief van 8 juli 2019 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. De gronden van het bezwaar richten zich volledig op het aantal vergunde parkeerplaatsen. Eiseres stelt – kort samengevat – dat er geen reden is om niet het volledige aantal aangevraagde parkeerplaatsen te vergunnen.
2.4.
In de beslissing op bezwaar van 14 oktober 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang omdat de vergunning is verleend op grond van de aanvraag.
3. In de beroepsgronden stelt eiseres – kort samengevat – dat verweerder de bezwaren wel inhoudelijk had moeten behandelen. Verweerder had dan tot de conclusie moet komen dat de in bezwaar verzochte extra parkeerplaatsen in heroverweging hadden moeten worden vergund. Eiseres stelt wel degelijk procesbelang te hebben. Zij had een actueel en reëel belang bij de behandeling van het bezwaar nu het doel dat haar voor ogen stond feitelijk van betekenis was en daadwerkelijk met die procedure kon worden bereikt.
4. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Verweerder kan alleen beslissen als er een aanvraag of bezwaar is om op te kunnen beslissen. Op de aanvraag van de omgevingsvergunning is beslist, de vergunning is verleend zoals aangevraagd. Daarmee ontbreekt het procesbelang bij een bezwaar tegen de verleende vergunning. Dat de verleende vergunning niet het aantal parkeerplaatsen behelst zoals in de originele aanvraag en dat eiseres de aanvraag heeft aangepast omdat de vergunning anders niet verleend zou worden en
“om van de discussie af te zijn”doet hier niets aan af.
5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 6 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.