ECLI:NL:RBMNE:2020:3663

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 augustus 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
20/282
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij UWV-beslissing

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 16 juli 2019. De rechtbank heeft het griffierecht van €354,- opgelegd dat binnen vier weken betaald moest worden. Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een brief van 10 maart 2020 en een aangetekende brief van 8 april 2020, heeft eiseres het griffierecht niet betaald.

De rechtbank heeft eiseres meerdere keren telefonisch benaderd zonder reactie. De brieven waren duidelijk geadresseerd aan de gemachtigde van eiseres met vermelding van het zaaknummer en naam, waardoor onduidelijkheid over de zaak niet aannemelijk is. Omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan en eiseres geen geldige reden heeft gegeven, kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 14 augustus 2020 in Utrecht, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/282

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: L. van den Heuvel),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 juli 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 354,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. Op 10 maart 2020 heeft de rechtbank een brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Eiseres heeft de nota teruggestuurd met de vraag op welke zaak deze nota betrekking heeft en of de rechtbank het kenmerk van eiseres wil vermelden op de nota.
5. De rechtbank heeft eiseres een aantal keer gebeld en daarbij ook de voicemail ingesproken met het verzoek terug te bellen. Er is niet gebleken dat eiseres aan dit verzoek heeft voldaan.
6. De rechtbank heeft eiseres op 8 april 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
7. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de brieven zijn gestuurd aan L-expert, ter attentie van de gemachtigde van eiseres, L. van den Heuvel. Op de brieven staat het zaaknummer van de rechtbank en de naam van eiseres. De rechtbank is daarom van oordeel dat het duidelijk is om welke zaak het gaat. Eiseres heeft verder geen reden voor gegeven voor het niet (op tijd) betalen van het griffierecht.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 14 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.