ECLI:NL:RBMNE:2020:3480
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan de hand van vergelijkingsmethode en taxatiematrix
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een Nederlandse gemeente voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €560.000 op basis van de waardepeildatum 1 januari 2018 en heeft deze waarde als heffingsmaatstaf gebruikt voor de aanslag onroerendezaakbelastingen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze vaststelling, dat door verweerder ongegrond is verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij verweerder een taxatiematrix heeft overgelegd waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat hij rekening heeft gehouden met verschillen in kaveloppervlakte en andere kenmerken door toepassing van een grondstaffel. De rechtbank acht het verkoopcijfer van een referentiewoning bruikbaar, ondanks dat de verkoopdatum meer dan een jaar na de waardepeildatum ligt, omdat dit cijfer is teruggeïndexeerd en de woning het beste vergelijkingspand betreft.
Eiser voerde verder aan dat een dakkapel ten onrechte is meegenomen in de waardering, maar de rechtbank stelde vast dat slechts de dakkapel aan de voorzijde, aanwezig vóór het belastingjaar, is meegenomen. Daarnaast wees de rechtbank het argument af dat de procentuele stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van voorgaande jaren en de vergelijking met andere woningen in de straat aanleiding geven tot een lagere waarde, omdat de Wet WOZ vereist dat de waarde jaarlijks opnieuw wordt bepaald op basis van actuele verkoopcijfers.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.