Uitspraak
1.Procesverloop
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [A] , arts.
h. en met als back up de verzochte verplichte zorgvorm onder
j.
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , Suriname, af.
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, opgenomen met paranoïde belevingen en vermoedelijke psychische stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats via Skype vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, haar advocaat en een arts werden gehoord.
De arts gaf aan dat ondanks het ontbreken van acuut ernstig nadeel, er langdurige zorgen zijn en een vermoeden van zorgbehoefte, die betrokkene in een vrijwillig ambulant kader steeds heeft geweigerd. De advocaat concludeerde tot afwijzing van het verzoek wegens het ontbreken van omstandigheden die voortzetting rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van een psychische stoornis aanwezig blijft, maar het acute ernstige nadeel ontbreekt, waardoor voortzetting van de crisismaatregel niet proportioneel is. Wel werd begrip getoond voor de wens tot ambulante hulpverlening, waarvoor een aparte zorgmachtiging moet worden aangevraagd.
De beschikking tot afwijzing van het verzoek werd op 12 augustus 2020 mondeling gegeven en op 26 augustus 2020 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van acuut ernstig nadeel.