ECLI:NL:RBMNE:2020:3472
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es- de Vries
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens schending inlichtingenplicht WAO ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Eiseres ontvangt een WAO-uitkering en sinds 2013 inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) voor de verzorging van haar verstandelijk gehandicapte zoon. Verweerder legde haar een boete van €1.516,42 op wegens het niet doorgeven van deze PGB-inkomsten, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Eiseres betwist de boete en voert aan dat zij telefonisch geïnformeerd zou zijn dat deze inkomsten geen invloed hadden op haar WAO-uitkering, een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank onderzoekt de feiten en stelt vast dat eiseres haar PGB-inkomsten niet heeft opgegeven. Uit de klantcontacthistorie blijkt een telefoongesprek uit 2008, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat eiseres geen melding hoefde te maken van haar PGB-inkomsten. Eiseres slaagt er niet in aannemelijk te maken dat zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op een dergelijke toezegging.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden en dat verweerder wettelijk verplicht is een boete op te leggen. De boete is vastgesteld op het laagste percentage van 25% wegens verminderde verwijtbaarheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van 25% van het terugvorderingsbedrag wegens schending van de inlichtingenplicht en verklaart het beroep ongegrond.