ECLI:NL:RBMNE:2020:3460
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding leerlingenvervoer op basis van kilometervergoeding versus openbaar vervoer
Eiseres heeft een vergoeding voor de kosten van leerlingenvervoer ontvangen op basis van een kilometervergoeding voor het schooljaar 2017-2018. Zij bracht haar zoon met de auto naar school en vroeg om een wijziging van de vergoeding voor het schooljaar 2018-2019. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures heeft verweerder het oorspronkelijke toekenningsbesluit herleefd en de vergoeding op basis van kilometervergoeding gehandhaafd.
Eiseres stelde dat de vergoeding berekend moest worden op basis van openbaar vervoer voor zowel haar zoon als haarzelf als begeleider, verwijzend naar de Verordening leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2015. De rechtbank oordeelde dat deze regeling alleen voorziet in vergoeding van openbaar vervoer voor leerling en begeleider indien het openbaar vervoer daadwerkelijk wordt gebruikt. Omdat eiseres haar zoon met de auto vervoert, is een vergoeding op basis van openbaar vervoer voor twee personen niet aan de orde.
Verweerder heeft de vergoeding berekend op basis van een kilometervergoeding, wat volgens de rechtbank niet onredelijk is. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de wijze van berekening van de vergoeding leerlingenvervoer wordt ongegrond verklaard.