ECLI:NL:RBMNE:2020:3441

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 augustus 2020
Publicatiedatum
24 augustus 2020
Zaaknummer
UTR 19/3300
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking omgevingsvergunning

Verzoekster maakte bezwaar tegen de aan een derde verleende omgevingsvergunning, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug werd afgewezen. Verzoekster ging in beroep tegen deze beslissing. Vervolgens trok verweerder de omgevingsvergunning in, waarmee aan het verzoek van verzoekster werd voldaan.

Na intrekking van de vergunning trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank overweegt dat het college op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht gehouden is de proceskosten te vergoeden. Verweerder erkende dit en gaf aan de kosten te willen vergoeden.

De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding vast op € 1.575,-, gebaseerd op drie punten voor rechtsbijstand, elk gewaardeerd op € 525,-. Daarnaast wijst de rechtbank op de verplichting van verweerder om het griffierecht van € 174,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 24 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van € 1.575,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3300

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2019 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster(gemachtigde: J. Tuenter),

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 19 juli 2019 een beslissing op bezwaar genomen, waarin het bezwaar van verzoekster tegen de aan een derde verleende omgevingsvergunning ongegrond is verklaard. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. In een besluit van 27 juli 2020 heeft verweerder de omgevingsvergunning ingetrokken. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) zijn regels opgenomen over de hoogte van de proceskostenvergoeding.
3. In de brief waarmee verweerder het intrekkingsbesluit aan de rechtbank en aan verzoekster heeft opgestuurd, geeft verweerder aan de proceskosten van verzoekster te willen vergoeden.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.575,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525,- met een wegingsfactor 1).
5. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 174,- te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.575,-.
Deze uitspraak is op 24 augustus 2020 gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van der Knijff, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De griffier is niet in de gelegenheid
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Verzet

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.