Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 augustus 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, geboren in 1959, op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, zoals maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid. De officier van justitie verzocht een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking en opname.
De advocaat van betrokkene stelde primair afwijzing voor en subsidiair een termijnverkorting tot zes maanden, met het schrappen van bepaalde zorgvormen. De casemanager benadrukte de noodzaak van de machtiging voor een veilige medicatieafbouw.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat betrokkene zich zonder juridisch kader mogelijk aan zorg zal onttrekken. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, waarbij ambulante zorg (medicatie en beperkingen in vrijheid) eerst wordt toegepast en klinische zorg (bewegingsbeperking en opname) alleen indien ambulante zorg onvoldoende is. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met prioriteit voor ambulante verplichte zorg en klinische zorg als back-up.