Uitspraak
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik, verweerder
Inleiding
het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers kregen een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtredingen op hun perceel. Na het onherroepelijk worden van deze last, besloot de gemeente Bunnik tot invordering van €40.000 aan verbeurde dwangsommen. Verzoekers maakten bezwaar dat ongegrond werd verklaard en stelden beroep in, dat zij later introkken, waardoor de last onherroepelijk werd.
Verzoekers vroegen vervolgens om een voorlopige voorziening tegen het invorderingsbesluit, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat er geen sprake was van onverwijlde spoed. De betalingstermijn was verlengd tot 1 december 2020 en de beroepszaak stond gepland voor 5 november 2020, waardoor er geen spoedeisend belang was.
De voorzieningenrechter vroeg verzoekers om nadere onderbouwing van het spoedeisend belang, maar zij reageerden niet. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.