Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties, van [verzoekster] , ter griffie ingekomen op 30 juni 2020;
- het verweerschrift van [verweerder] van 13 juli 2020 met producties.
2.De feiten
Je opereert met regelmaat solistisch en communiceert zodanig formeel waardoor een mogelijke minnelijke oplossing mogelijk uit beeld kan raken.”
Naar aanleiding van je verzoek van gisteren heb ik inmiddels gezorgd voor:
De zaken die goed gaan blijven vaak buiten mijn gezichtsveld als leidinggevende. Je moet vaak handelen in conflictueuze situaties. Indien jij daarin escalaties hebt voorkomen, dan is dat vaak niet zichtbaar voor de omgeving. In die zin is jouw rol solistisch. Desgevraagd geeft [K] namens [..] aangegeven tevreden te zijn over de samenwerking met jou.
Net bij ons evaluatiegesprek gaf je aan het te willen houden bij de tekst als vooraf door je opgeschreven. Toch kort twee nuanceringen/correcties, op tekst die ik zo niet kan plaatsen:
Afgelopen vrijdag heb ik de bijgesloten (concept-)mail geschreven.
Dit is een lange mail geworden. Sorry daarvoor. Ik wilde hem nog voor het weekend uitsturen en zag geen kans hem in te korten.
Wij zijn van mening dat je over de schreef bent gegaan om de volgende redenen:
Nadat welwillend is gereageerd op jouw verzoek om jouw mening (“ik heb je tijdens die input
Illustratief is ook de volgende passage “Dan dient er in elk geval over opgemerkt te worden
Het gebrek aan zelfreflectie waaraan ik refereer in mijn mail d.d. 13 september jl. wordt mede
De reactie die je vervolgens aan [voornaam van E] geeft wemelt van de tegenstrijdigheden en insinuaties.
Waar je de volgende stelling op baseert is ons ook volstrekt onduidelijk: “Daarbij merk ik
De reactie op het aanbod om je door een coach te laten begeleiden getuigt van groot
Op 12 december 2018 is door mij mondeling bij mijn leidinggevende, de heer [A] , geklaagd over
Het verwijt van een ‘merkwaardige chicane’
Het verwijt van een insinuatie