ECLI:NL:RBMNE:2020:3316
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting bedrijfspand wegens handel in harddrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
Eiser exploiteert sinds 2015 een autobedrijf in het pand en huurt dit van derde-partij. Verweerder, de burgemeester van Woerden, legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op om het pand voor zes maanden te sluiten vanwege de vondst van 4,21 gram amfetamine, een handelshoeveelheid harddrugs, en aanwijzingen dat het pand onderdeel was van drugshandel.
Eiser betwist dat hij wist van de drugs en stelt dat de drugs door derden in een toegankelijke ruimte kunnen zijn achtergelaten. Hij ontkent betrokkenheid bij drugshandel en voert aan dat de sluiting niet proportioneel was omdat er geen overlast was en de hoeveelheid drugs klein was.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was het pand te sluiten omdat de hoeveelheid harddrugs boven de drempel van 0,5 gram lag en eiser het tegendeel niet aannemelijk heeft gemaakt. Daarnaast mocht verweerder de sluiting baseren op de vondst van een PGP-telefoon en eerdere politiegegevens over eiser. De sluiting is noodzakelijk om het pand uit het drugscircuit te halen en evenredig gezien de ernst van de situatie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting voor zes maanden. Derde-partij, de verhuurder, wordt als direct belanghebbende erkend.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het bedrijfspand wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard en de sluiting voor zes maanden bevestigd.