ECLI:NL:RBMNE:2020:3213
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding werkgever bij beëindiging nulurencontract na onregelmatige opzegging
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en een werknemer met een nulurencontract, waarbij de werkgever een gefixeerde schadevergoeding vordert wegens onregelmatige opzegging en/of het geven van een dringende reden tot ontslag. De werknemer had op 15 april 2020 ontslag genomen nadat zij een roosterwijziging had geconstateerd en een oproep voor werkzaamheden had geweigerd.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer de oproep mocht weigeren omdat niet vaststond dat zij op het betreffende tijdstip daadwerkelijk had moeten werken. De werkgever had ten onrechte van de werknemer verlangd op een bepaald tijdstip te verschijnen. De werknemer had zich vervolgens teruggetrokken van het ontslag en wilde de opzegtermijn in acht nemen, maar de werkgever sprak alsnog ontslag op staande voet uit, wat onterecht werd geoordeeld.
De kantonrechter stelt vast dat de werkgever geen recht heeft op de gevorderde schadevergoeding vanwege het flexibele karakter van het nulurencontract en het ontbreken van een duidelijke verplichting voor de werknemer om op te treden op vaste uren. Daarnaast zijn de vorderingen wegens reputatieschade en het niet teruggeven van bedrijfskleding onvoldoende onderbouwd en worden afgewezen. De loonvordering van de werknemer wordt toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging en rente.
Uitkomst: De vordering van de werkgever tot schadevergoeding wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon aan de werknemer.