ECLI:NL:RBMNE:2020:3198
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inbraakschade wegens onvoldoende bewijs van inbraak
Eiseres vordert vergoeding van schade als gevolg van een vermeende inbraak in haar woning op 13 februari 2013. Zij stelt dat diverse goederen, waaronder sieraden en computerapparatuur, zijn gestolen en dat haar verzekering bij Unigarant dekking biedt voor deze schade.
Unigarant betwist de inbraak en voert aan dat de omstandigheden rondom de vermeende inbraak ongeloofwaardig zijn, onder meer vanwege het ontbreken van braakschade aan de tussendeur, het ontbreken van schade aan het rolgordijn en de inconsistenties in de verklaringen van eiseres. Ook is de aangifte bij de politie pas acht maanden na het incident gedaan.
De kantonrechter overweegt dat het op grond van artikel 150 Rv Pro aan eiseres is om de inbraak aannemelijk te maken. Gezien de gemotiveerde betwisting door Unigarant en de gebrekkige en inconsistente bewijsvoering door eiseres, wordt geconcludeerd dat onvoldoende is aangetoond dat de inbraak heeft plaatsgevonden.
Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door kantonrechter R.M. Berendsen op 22 juli 2020.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van inbraakschade wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de inbraak.