Uitspraak
Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres meldde zich ziek en ontving sinds juni 2018 een Ziektewetuitkering. Het UWV voerde een eerstejaarsbeoordeling uit en concludeerde dat eiseres haar maatgevende arbeid als verzuimconsulente weer kon verrichten, waarna de uitkering per maart 2019 werd beëindigd. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen van het UWV als zorgvuldig en oordeelde dat er geen aanleiding was om af te wijken van hun oordeel. Hoewel eiseres medische informatie over PTSS, depressieve stoornissen en fysieke beperkingen aanvoerde, was deze informatie grotendeels al bekend of niet relevant voor de datum in geding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had deze gegevens meegewogen en concludeerde dat er geen extra beperkingen waren.
Eiseres stelde dat haar klachten haar belastbaarheid overstijgen, maar de rechtbank stelde vast dat er geen functies waren geduid en dat eiseres niet had toegelicht welke aspecten van haar werk zij niet kon verrichten. De rechtbank volgde de medische beoordeling dat zij haar werk kon hervatten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Y.N.M. Rijlaarsdam op 6 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege corona-maatregelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.