ECLI:NL:RBMNE:2020:317

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2020
Publicatiedatum
31 januari 2020
Zaaknummer
UTR 19/4764
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen bestuursrechtelijk besluit bij instemming verhuur scoutinggebouw aan buitenschoolse opvang

In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de instemming van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist met de verhuur van een scoutinggebouw aan een buitenschoolse opvangorganisatie. Deze instemming is gegeven op grond van een privaatrechtelijke akte van opstal uit 1996, waarin het gebruik van het gebouw is geregeld.

Eisers maakten bezwaar tegen deze instemming, maar het college verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat de instemming geen bestuursrechtelijk besluit is. De rechtbank bevestigt dit oordeel en overweegt dat er pas sprake is van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als er een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling is genomen. De instemming is echter een privaatrechtelijke rechtshandeling op grond van de akte van opstal.

De rechtbank gaat ook in op de stellingen van eisers over vermeende strijdigheden met het bestemmingsplan en het ontbreken van consultatie van omwonenden. Deze punten betreffen privaatrechtelijke aangelegenheden of handhavingskwesties die niet leiden tot een bestuursrechtelijk besluit. Het beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van bezwaren wordt kennelijk ongegrond verklaard omdat de instemming een privaatrechtelijke rechtshandeling is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/4764
[eiser 1.1]en
[eiser 1.2];
[eiser 2.1]en
[eiser 2.2];
[eiser 3];
[eiser 4.1]en
[eiser 4.2];
[eiser 5.1]en
[eiser 5.2];
[eiser 6.1]en
[eiser 6.2];
[eiser 7.1]en
[eiser 7.2];
[eiser 8.1]en
[eiser 8.2];
[eiser 9.1]en
[eiser 9.2];
[eiser 10.1]en
[eiser 10.2];
[eiser 11],
allen te [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. [eiser 5.1] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

(gemachtigde: mr. A.A.H. Beenen)

Inleiding

1.1
Aan het [adres] in [woonplaats] staat een scoutinggebouw. Dit gebouw is medio jaren ’80 in eigendom overgedragen aan ‘Stichting ter behartiging van de belangen van de luchtvaartgroep’ (hierna: de Stichting) middels een zakelijk recht. De grond is in eigendom gebleven van de gemeente Zeist.
1.2
Op 6 november 1996 is een notariële akte van opstal opgemaakt tussen verweerder en - onder meer - de Stichting. In artikel 4 van Pro deze akte is bepaald dat een scoutinggebouw uitsluitend mag worden gebruikt ten behoeve van de activiteiten van de Stichting, waaronder verhuur met overnachting aan scoutinggroepen en andere groepen, en derhalve niet aan derden in gebruik mag worden gegeven of verhuurd, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verweerder.
1.3
In de collegevergadering van 19 februari 2019 (hierna: de instemming) heeft verweerder wat betreft het agendapunt ‘Toestaan van BSO in scoutinggebouw aan [adres] ’ het volgende beslist:
 onder voorwaarden instemmen met verhuur door de scoutingvereniging van het scoutinggebouw aan een buitenschoolse opvangorganisatie;
 het proces te starten om ook de benodigde aanpassingen te doen aan de notariële akte (1996) om dit te laten aansluiten op het huidige bestemmingsplan;
 er dient collegiale en zorgvuldige afstemming plaats te vinden met de buurt.
1.4
Eisers 1 tot en met 8 hebben op 8 april 2019 tegen de instemming bezwaar gemaakt. Eisers 9 tot en met 11 hebben op 15 april 2019 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 24 september 2019 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren niet‑ontvankelijk verklaard, omdat de instemming volgens verweerder geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Eisers hebben vervolgens samen beroep ingesteld.

Overwegingen

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3.1
Naar het oordeel van de rechtbank is de instemming van 19 februari 2019 geen besluit waartegen eisers bezwaar konden maken, zodat verweerder de bezwaren van eisers terecht niet‑ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
3.2
Op grond van artikel 1:3 van Pro de Awb is er pas sprake van een (appellabel) besluit als er een schriftelijke beslissing is genomen door een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. De instemming van verweerder is in deze zaak niet gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag, maar is gegeven vanuit de bevoegdheid van verweerder zoals opgenomen in artikel 4 van Pro de akte van opstal tussen verweerder en de Stichting, waarin de benodigde instemming van verweerder voor afwijkend gebruik van het scoutinggebouw is gegeven. Deze bepaling vormt de privaatrechtelijke grondslag van de instemming. De instemming is daarom een rechtshandeling naar privaatrecht, waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt.
3.3
De stelling van eisers dat verweerder de instemming ten onrechte aan de scoutingvereniging heeft gegeven in plaats van aan de Stichting, maakt dit oordeel niet anders. Voor zover dat al niet als kennelijke verschrijving kan worden aangemerkt, brengt dat op zichzelf geen verandering in de privaatrechtelijke grondslag van de instemming. Die blijft gelegen in artikel 4 van Pro de akte van opstal. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat de instemming ook de start omvat van het proces om de benodigde aanpassingen te doen aan die akte.
3.4
Ook de door eisers vermeende strijdigheid met de regels uit het bestemmingsplan over grondgebruik en parkeren, maken naar het oordeel van de rechtbank niet dat sprake zou zijn van een publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit zijn (eventuele) handhavingskwesties, die in deze zaak niet voorliggen. Hetzelfde geldt voor de stelling van eisers dat verweerder niet optreedt tegen het rijden of zich bevinden in een natuurgebied.
3.5
Ook het betoog van eisers dat verweerder op grond van de akte van opstal en/of afspraken die naar aanleiding van een eerder mediationtraject zijn gemaakt, gehouden was om eerst omwonenden te consulteren over de beoogde verhuur, zijn privaatrechtelijke aangelegenheden tussen partijen onderling. Deze aangelegenheden zijn niet vatbaar voor bezwaar.
3.6
Eisers brengen in hun beroep nog allerlei andere omstandigheden naar voren, bijvoorbeeld dat inmiddels vier van de vijf scoutingorganisaties de gebouwen verhuurt aan buitenschoolse opvangorganisaties. Het is echter onduidelijk waarom dit tot de conclusie zou moeten leiden dat de instemming van verweerder op grond van artikel 4 van Pro de akte van opstal een publiekrechtelijke rechtshandeling is. Wat eisers verder nog aanvoeren kan dus ook niet leiden tot de conclusie dat die instemming een besluit is zoals bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb.
4. Het beroep van eisers tegen het bestreden besluit is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. de Bruin, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2020.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.