ECLI:NL:RBMNE:2020:3106

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
UTR 20/240
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken machtiging

Eiseres, Tolweg Baarn B.V., heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Baarn. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €354,- niet tijdig heeft betaald, ondanks een aanmaning per aangetekende brief. Daarnaast heeft eiseres nagelaten een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten te overleggen, ondanks een verzoek daartoe.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld om alsnog aan deze vereisten te voldoen, maar zonder resultaat. Hierdoor is het beroep op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 17 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Eiseres is geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en het ontbreken van noodzakelijke documenten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/240

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2020 in de zaak tussen

Tolweg Baarn B.V., Deventer, eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 2 december 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 354,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 20 februari 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. De rechtbank stelt ook vast dat eiseres geen machtiging, uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten heeft ingediend.
8. De rechtbank heeft eiseres op 10 maart 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat zij een machtiging, uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel en de statuten moet indienen.
9. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. Ook om deze reden is het beroep niet-ontvankelijk.
10. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 17 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.