ECLI:NL:RBMNE:2020:3095

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
UTR 19/3949
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet volledig betaald griffierecht

Eiseres, Interboor B.V., heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het griffierecht van €345,- niet volledig was voldaan. Eiseres betaalde slechts €45,- en gaf geen geldige reden voor het niet volledig voldoen van het griffierecht.

De rechtbank heeft eiseres op 16 november 2019 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen vier weken te betalen. Ondanks dit verzoek bleef de betaling onvolledig. Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is griffierecht verplicht bij het instellen van beroep. Bij niet (tijdige) betaling is de hoofdregel dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld, tenzij er een geldige reden is voor de betalingsachterstand.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Eiseres krijgt geen gelijk en ontvangt geen proceskostenvergoeding. Omdat een deel van het griffierecht wel is betaald, zal dit bedrag aan eiseres worden terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 10 juli 2020 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet volledig betaald griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3949

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2020 in de zaak tussen

Interboor [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 27 augustus 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet volledig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 345,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) of niet volledig wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 16 november 2019 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen 4 weken moet betalen aan de rechtbank.
5. Eiseres heeft € 45,- aan de rechtbank betaald. Dat is niet het geheel verschuldigde bedrag. Eiseres heeft dus niet het gehele bedrag aan griffierecht op tijd betaald. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
8. Omdat eiseres het griffierecht gedeeltelijk heeft betaald, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 10 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.