In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande facturen voor juridische dienstverlening aan gedaagde, die deze betwist en stelt dat betaling afhankelijk is van de overdracht van een woning.
De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht is gesloten met een gematigd uurtarief en dat geen afspraak is gemaakt die betaling koppelt aan overdracht van de woning. Uit e-mailcorrespondentie blijkt dat afspraken duidelijk zijn vastgelegd zonder koppeling aan overdracht. Gedaagde heeft de facturen ontvangen en niet tijdig betaald.
Hoewel uit coulance een uitstel van betaling is overeengekomen gekoppeld aan overdracht, is dit slechts een geste en doet dit niets af aan de opeisbaarheid van de facturen. Het verweer van schuldeisersverzuim faalt omdat betalingsonmacht aan gedaagde zelf te wijten is.
De kantonrechter wijst de vordering van eiseres toe tot betaling van € 12.785,05 plus wettelijke rente en proceskosten. De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen. Het conservatoir beslag is rechtmatig gelegd en gedaagde wordt veroordeeld in de kosten.