ECLI:NL:RBMNE:2020:2996
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenen zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ondanks geplande plaatsing op Wzd-plek
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1985, die verblijft in een instelling. Eerder was een zorgmachtiging verleend tot 22 juli 2020, waarna een second opinion werd gevraagd van een psychiater en een arts verstandelijk gehandicapten (AVG-arts).
Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat betrokkene lijdt aan een schizofrene stoornis en een verstandelijke beperking, waardoor sprake is van multiproblematiek. De deskundigen en betrokkenen stelden dat betrokkene onstabiel is, grensoverschrijdend en agressief gedrag vertoont, en niet naar huis kan terugkeren. De zorgbehoefte ligt op het terrein van de Wet zorg en dwang (Wzd), maar vanwege wachtlijsten is plaatsing op een Wzd-plek nog niet mogelijk.
De rechtbank overweegt dat continuïteit van zorg essentieel is en dat de Wvggz op dit moment het juiste kader is om verplichte zorg te bieden. Er is sprake van ernstig nadeel door de psychische stoornis, waaronder risico op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. Daarom wordt de zorgmachtiging voor drie maanden verlengd tot 22 oktober 2020, met verplichte zorgvormen zoals medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor drie maanden tot 22 oktober 2020 met verplichte zorgvormen.