Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser ontving na terugkomst bijstand naar de norm voor een dakloze over de periode van 27 juli 2018 tot en met 27 augustus 2018. Daarna ontving hij bijstand naar de norm voor een alleenstaande kostendeler. In de periode van augustus 2018 tot april 2019 logeerde hij bij vrienden. Vanaf 15 april 2019 woont hij in het [hotel] op het adres [adres] te [woonplaats] ( [hotel] ), alwaar hij voor de duur van één jaar een woonruimte huurt.
en
Beslissing
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, rechter, in aanwezigheid vanmr. S.M. Gena, griffier.Deze uitspraak is gedaan op 3 april 2020.Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken
Rechtsmiddel
binnen zes weken na de dag van verzendingdaarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.